Om begrijpelijk te schrijven is het belangrijk dat je zinnen niet te lang zijn. Ook niet te kort, want dan wordt het al snel ‘niveau-Nijntje’. Wissel daarom korte en langere zinnen af en hou een gemiddelde van vijftien woorden per zin aan. Ongeveer. Je hoeft echt niet van iedere zin de woorden te tellen.

Een manier om ervoor te zorgen dat je zinnen niet te lang worden, is om een aantal werkwoorden in de ban te doen. Niet dat je die nooit meer mag gebruiken, maar niet te vaak. Zie ze als de alcohol onder de werkwoorden: geniet ervan, maar schrijf ze met mate 😉

Het gaat hierbij om de werkwoorden zullen, worden en kunnen. Waarom? Kijk maar:

  1. Wij zullen uw schade vergoeden
    Wij vergoeden uw schade.
  2. De installatie wordt gerepareerd door onze monteurs.
    Onze monteurs repareren de installatie.
  3. Dat kan geregeld worden.
    Dat regelen we.

Zo zie je maar weer: de werkwoorden zullen, worden en kunnen, leiden vaak (niet altijd!) tot omslachtig en passief taalgebruik, en tot langere zinnen dan nodig.