Welsprekendheid. Het is in ieder geval niet altijd een vanzelfsprekendheid. En zeker niet die keer dat ik op een bijeenkomst was die volledig uit de hand liep. Enkele mannen begonnen te huilen, terwijl hun vrouwen steeds harder begonnen te praten en uiteindelijk schreeuwend alle gevoel voor decorum verloren. Zelfs scheldwoorden werden niet meer geschuwd.

Ik zat op een stoel en keek om mij heen. Van tevoren wist ik al dat het een roerige bijeenkomst zou worden. De emoties borrelden en pruttelden al een tijdje, als in een snelkookpan waarin de druk in rap tempo toeneemt. En dan komt er natuurlijk een moment dat het deksel van de pan schiet, als een raket die gelanceerd wordt.


Welbespraakt

Nou heb ik het vermogen om mij vrij helder uit te drukken, mits ik de tijd krijg om even ‘in mezelf te duiken’. Welbespraakt, noemde iemand mij laatst. En dat doe ik dan ook graag, mijzelf helder uitdrukken. Ik ga graag een inhoudelijke discussie aan en zo nodig trek ik een heel arsenaal aan argumenten, visies en standpunten uit de kast. Het schreeuwen laat ik – hoewel soms verrassend effectief – liever aan anderen over. En toen het moment in de bijeenkomst dus was aangebroken om mijn mond te houden en te observeren, omdat ik er niet óók nog doorheen wilde schreeuwen, was ik gefascineerd door de gebeurtenissen om mij heen.

Het ging hard tegen hard. Een beer van een kerel, met enorme tatoeages op zijn armen, hield een emotioneel betoog, met tranen in zijn ogen. Ik vond het een mooi beeld. Die grote, sterke man, met al zijn stoere tattoos, bleek een klein, gouden hartje te hebben. En die schreeuwende mevrouw? Ik begreep haar boosheid: het was maar een uitingsvorm. Van de angst en van het verdriet dat daaronder zat. Ze was niet in staat, niet op dat moment, om bij de onderliggende emotie te komen en die onder woorden te brengen. Net zo min als ze op dat moment in staat was om heldere, weloverwogen, rationele argumenten te vinden voor dat wat ze haarfijn aanvoelde: dat de situatie niet eerlijk was, dat het ten koste ging van een kwetsbare groep en dat er op bestuursniveau fouten gemaakt waren.


Hoffelijk is het streven, maar is het erg als dat soms niet lukt?

Het is jammer – hoewel begrijpelijk – dat er op zo’n moment alleen naar de uitingsvorm gekeken wordt. Natuurlijk praat het prettiger en wellicht ook efficiënter en doeltreffender, als beide partijen welsprekend en hoffelijk de discussie voeren. Het is ook goed dat we dat als norm nastreven, want elkaar in razernij kwetsen en kleineren leidt zelden tot iets goeds. Maar hier werd de bijeenkomst afgebroken, omdat ‘we zo niet in gesprek willen gaan’. Nee, dat begrijp ik best. Maar beter was het als er alleen een korte pauze was ingelast. Om de gemoederen te laten bedaren, de emoties te erkennen en de welsprekendheid terug te vinden. Want de bijeenkomst afbreken was geen hoffelijke oplossing. Wel een makkelijk excuus om de dialoog niet meer aan te hoeven gaan. Een dialoog die niet heel erg verfijnd en chique gevoerd werd, maar wel vanuit het hart.